Archieven

Streekarchief
Streekarchief  |  Archieven

Archieven

Uw zoekacties: Carto-topografische catalogus
x6003 Carto-topografische catalogus

U zoekt nu binnen een specifieke toegang, zoekresultaten zullen zich daarom binnen deze toegang bevinden.
 

Zoeken en bladeren

  • Bladeren. U kunt door de inventaris bladeren door hieronder op 'Inventaris' te klikken. U krijgt dan de volledige inventaris in een boomstructuur te zien. Eventuele rubrieken kunt u openen door op het plusje voor de titel te klikken. Kijkt u verder ook zeker even in de inleiding. Deze bevat over het algemeen meer informatie over het archief en de archiefvormer, daarnaast staan in de inleiding soms aanwijzingen voor u als gebruiker. Sommige gemeentelijke archieven zijn gevormd als code-archief volgens de VNG-code. In dat geval bevat de inleiding meer informatie over hoe dit systeem werkt.
  • Eenvoudig zoeken. Bent u op zoek naar een specifiek resultaat, dan kunt u beginnen met één zoekterm. Het resultaat dat u krijgt voldoet aan de zoekterm. U kunt het resultaat verkleinen door meerdere zoektermen op te geven.
  • Uitgebreid zoeken. Door op de knop met de twee pijltjes naast het zoekvenster te klikken kunt u uitgebreid zoeken. Mocht u op zoek zijn naar een specifiek inventarisnummer dan kunt u daar in dit veld op zoeken. Verder is het mogelijk om uw zoekresultaten te beperken tot een bepaalde periode.
  • Booleaanse operatoren. Normaal worden meerdere zoektermen altijd gecombineerd met AND. U kunt bij het zoeken in een zoekveld ook gebruik maken van de Booleaanse operatoren: NOT en OR. De zoekacties met NOT beperken het zoekresultaat, terwijl OR veel meer resultaten oplevert. OR wordt vooral geadviseerd bij een bekende variatie op de schrijfwijze, bijvoorbeeld: - Den Haag OR ’s-Gravenhage - Vereeniging OR Vereniging
  • Woordcombinatie. Wilt u zoeken met een woordcombinatie in een vaste volgorde (bijv. Verenigingtot behoud van natuurmonumenten), zet deze woorden dan "tussen aanhalingstekens".

 

Zoekresultaten
Als u gezocht hebt op een zoekterm worden de gevonden archiefstukken getoond onder 'Gevonden archiefstukken'. Als u één van de resultaten in deze lijst aanklikt wordt er meer informatie over dit archiefstuk getoond, zoals de datering van het stuk en eventuele informatie in het veld 'Notabene'. Verder ziet u ook waar het archiefstuk zich in de structuur van de archieftoegang bevindt.
 

6003 Carto-topografische catalogus
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
Inleiding
Beknopte ontwikkeling van de cartografie
Kaarten in de 16e en 17e eeuw
Toen de boekdrukkunst met losse loden letters omstreeks 1440 in Europa was (her?) uitgevonden, werd ook de weg geëffend voor het drukken van afbeeldingen in de tekst en daarmee ook van geografische kaarten. De eerste kaarten werden in hout uitgesneden, waarbij de lijnen hoog bleven en de witte vlakken laag (hoogdruk). Deze houtsnede techniek had zijn nadelen, omdat de houten plank door uitdroging kon scheuren en kromtrekken en na een beperkt aantal afdrukken was hij versleten. Toch bleef deze techniek in Duitsland en in de Nederlanden tot halverwege de 16e eeuw in gebruik, terwijl in Italië de houtsnede in het 4e kwart van de 15e eeuw door de koperplaat vervangen werd, die veel duurzamer was en waarbij juist de weggestoken groeven in de plaat voor een afdruk zorgden (laagdruk).
Waren kosmografie en cartografie tot het tweede kwart van de 16e eeuw voornamelijk het terrein van de Italianen, in de tweede helft van de 16e eeuw zien we een verschuiving naar Duitsland en Vlaanderen. Grote namen zijn daar: Sebastian Münster (1488-1552), Gerard Mercator (1512-1594) en Abraham Ortelius (1527-1598).
Na de val van Antwerpen in 1578 verlieten veel kooplieden en geleerden de Zuidelijke Nederlanden om zich veelal in Amsterdam te vestigen. Onder hen was Jodocus Hondius, die zich net als zijn collega's Bertius en Kaerius, via een tussenstop van negen jaar in Londen, in 1593 in Amsterdam vestigde. In 1604 verwierf hij op een veiling in Leiden de koperplaten van Mercator, die hij aanvulde met 36 nieuwe kaarten, waarop hij in 1606 zijn Mercator Hondius atlas uitgaf. Zijn zoons Henricus en Jodocus II en zijn schoonzoon Johannis Janssonius brachten de zaak tot bloei en waren een voorbeeld voor beroemde kaartuitgevers als de firma's Blaeu, Visscher en de Wit. Behalve dat men over en weer elkaars kaarten kopieerden, werd ook veel geld gestoken in de aankoop van nieuw ontwikkeld materiaal. Dit maakte Amsterdam in de 17e eeuw tot wereldleider voor de cartografische productie.
Kaarten in de 18e eeuw
In de 18e eeuw verliest de Nederlandse cartografie in snel tempo terrein aan de Franse, de Duitse en de Engelse cartografen. De Nederlandse kaartenhuizen investeren niet langer in gedegen veldwerk of in het betrekken van nieuwe kaarten van moderne landmeters en cartografen. Men teert op het telkens opnieuw uitgeven van 17e eeuws materiaal, waarbij sommige koperplaten worden bijgewerkt en aangepast aan de recente actualiteit. De grootste uitgeverij van cartografisch materiaal is in deze eeuw de firma Covens & Mortier. Pieter Mortier sloot vanaf 1690 contracten, die hem het recht gaven cartografische uitgaven van Franse uitgevers op de markt te brengen. In 1866 sloot de firma voorgoed haar deuren. Een andere dynastie, ditmaal specifiek op het gebied van zeekaarten en navigatie instrumenten is de firma van Keulen, die tot 1885 werkzaam was.
Goede cartografen, die zelf veldwerk verrichtten en vernieuwend werk publiceerden waren in deze tijd Nicolaas Qruquius (Kruik) en vader en zoons Hattinga. Indien niet anders vermeld zijn de onderstaande kaarten alle in kopergravure afgedrukt.
Kaarten in de 19e eeuw
In de reguliere gedrukte kaarten en atlassen treedt al in de laatste jaren van de 18e eeuw een verzakelijking op. De versierde titelcartouches met daarin vaak allerlei informatie verdwijnen of veranderen in een simpele ovaal of rechthoek. De kaarten winnen aan accuratesse en de koperdruk wordt in het eerste kwart van de 19e eeuw uitgefaseerd en vervangen door de staalgravure en de steendruk (lithografie). In de tweede helft van deze eeuw kan door een verfijning van dit procedé, middels herhaalde drukgangen van de zelfde steen, vierkleurendruk worden bereikt. Het handmatig inkleuren van kaarten neemt hierdoor sterk af. Een voorbeeld van late handkleuring (grenskleuring in dit geval) zien we bij de kaartjes uit de “Gemeente-Atlas van Nederland” van Jacob Kuyper uit 1865-1869. Uitgeverij Suringar uit Leeuwarden liet de kaartjes in thuiswerk kleuren: tien kaartjes voor één cent. Nederland speelt in de wereld van de cartografie nog slechts een ondergeschikte rol en is overvleugeld door zijn grote buren Engeland, Frankrijk en Duitsland.
In de verzameling van het Streekarchief zien we een toename van waterstaatkundige kaarten, waterbouwkundige kaarten, polderkaarten, kadasterkaarten en gemeentekaartjes.
Kaarten in de 20e eeuw
Het merendeel van de kaarten in het Streekarchief Goeree-Overflakkee betreft de 20e eeuw. In deze eeuw maakt de lithografisch gedrukt kaart langzaam maar zeker plaats voor de kaart in offset druk. Ook nemen de soorten thematische kaarten sterk in aantal toe, vandaar dat de kaarten onderscheiden worden in zeven subcategorieën. De 1e letter van het catalogusnummer geeft de subcategorie aan. Onderscheiden worden:
A – Gedrukte topografische kaarten en plattegronden.
B – Militaire kaarten en wederopbouw na WO-II.
C – Kustverdediging WO-II, bunkerbouw (onder constructie).
D – Kaarten Watersnood 1953 + opbouw; Ruilverkaveling en Gemeentelijke herindeling 1966.
E – Waterstaatskaarten, waterstaatkundige kaarten weg- en waterbouwkundige kaarten en tekeningen.
F – Grenskaarten, kavelkaarten, weg- en dijkkaarten, keur- of schouwkaarten, waterlozing, bodemkaarten, hoogte- en dieptekaarten.
I - Kadasterkaarten en kadastrale kaarten.
H – Historische kaarten, zeekaarten, varia en thematische kaarten anders dan onder A t/m G.
Beknopte beschrijving van de prentkunst
Prenten 16e - 21e eeuw
De eerste gedrukte prenten werden van houtblokken gedrukt. Wat wit moest blijven werd met een guts weggestoken, de verhoogde delen werden ingeinkt en afgedrukt. Men noemde deze methode: hoogdruk of houtsnede. In de loop van de 16e eeuw ging men over op diepdruk: in een plaat koper werd met een burijn (metaalgutsje) in spiegelbeeld een afbeelding gestoken (kopergravure). Een andere techniek was om een plaat zink of koper met was te besmeren en daarin met een etsnaald een voorstelling te krassen, waarna de plaat in zuur werd gedompeld (ets). Dit beet groefjes in het metaal op de plaats van de schoon gekraste lijnen. De plaat werd daarna schoongepoetst, met een inktlap ingesmeerd en weer schoongeveegd, waarbij de inkt in de groeven achterbleef. Door middel van een drukpers werd de inkt van de plaat op het licht bevochtigde papier overgebracht. De etstechniek werd vanwege zijn vermogen dikkere lijnvoering naadloos af te wisselen met fijn tot ragfijn bij voorkeur door beeldend kunstenaars gebruikt.
In de 19e eeuw kwamen daar de technieken van de lithografie (steendruk), de staalgravure en de houtgravure bij. Bij lithografie maakte men gebruik van gladgeschuurde leisteen om daarmee via een ingekraste waslaag een voorstelling op het papier over te brengen. Houtgravure, waarbij de afbeelding in het hout gekerfd werd, was een goedkopere drukwijze dan alle andere. Ze werd na het 1e kwart van de 19e eeuw vooral gebruikt voor goedkope publicaties, met name in tijdschriften. De 20e eeuw zag de uitfasering van al deze technieken en de opkomst van de offsetdruk en de fotografische reproductie.
Opticaprenten
Opticaprenten zijn gegraveerde prenten uit de tweede helft van de 18e eeuw, die bedoeld waren om te bekijken met behulp van een opticakijkkast met daarin een spiegel. Ze geven de voorstelling in spiegelbeeld weer en zijn te herkennen aan hun titel en onderschrift (meestal in twee talen) in spiegelschrift. Opticaprenten zijn met de hand ingekleurde kopergravures, meest met behulp van sjablonen. Opticaprenten geven vaak stadsgezichten en landschappen weer, maar ook bijbelse, mythologische en historische voorstellingen komen voor.
De bekendste uitgeverij van deze prenten was de firma Probst in Augsburg.
Centsprenten
Een centsprent is een goedkoop gedrukt vel papier met plaatjes en praatjes, dat door marskramers werd uitgevent. Ze dienden tot lering en vermaak, in de 19e eeuw meestal bedoeld voor kinderen. De tekst (indien aanwezig) kon bestaan uit proza of uit versjes. De plaatjes vertelden een verhaal, bijvoorbeeld over heiligen of helden, maar ook sprookjes of moralistische verhaaltjes en tafereeltjes van alledag, werden als centsprent uitgegeven. Ze werden niet alleen gelezen, maar ook voorgelezen of naverteld, waarbij dan de plaatjes aan de kinderen werden getoond.
Centsprenten deden ruim drie eeuwen lang dienst als krant en als geïllustreerde bron van verhalen. Wie geen geld had voor boeken, kon altijd wel voor een cent een prent kopen bij marskramers, venters of in winkels. De vroege kinderprenten laten voorstelling zien met vrij ruwe houtsneefiguurtjes en kwamen zowel zwart-wit als gekleurd voor. Met een grove penseel werden wat oranje, paarsrood, blauw en soms geel, in willekeurige kleurvegen vrij onnauwkeurig op het goedkope papier aangebracht. Men maakte daarbij gebruik van sjablonen. Bij latere prenten werd gebruikgemaakt van houtgravure en steendruk en het papier en de inkleuring werden beter. In de tweede helft van de 19e eeuw schakelde men van handkleuring over op kleurenlithografie.
Naast prenten over allerlei zeden en gebruiken, spreekwoorden, verhalen uit de literatuur van de middeleeuwen en de 16e-18e eeuw zijn er ook afbeeldingen over beroepen en ambachten, volkswijsheden, moralistische vertellingen, kinderspelen, onderwerpen uit de Bijbel, de geschiedenis, de aardrijkskunde, naast ABC-leesvoorbeelden, vreemde volken, soldaten, voertuigen en beroemde personen. Men kan de prenten, waarbij de avonturen van de hoofdpersonen worden uitgebeeld in 4, 8, 16, 24 of zelfs 48 verschillende tafereeltjes, beschouwen als voorlopers van het stripverhaal. Hoewel het merendeel van de centsprenten zich op kinderen lijkt te richten, staat bij vele niet vast of ze indertijd specifiek voor hen gemaakt zijn.
Portretten
Aanwijzingen voor de gebruiker
Systematiek van de catalogus
De kaarten en prenten in deze catalogus zijn chronologisch gerangschikt. Aanvullend hierop is bij de 20e eeuw, vanwege de grote hoeveelheid beschikbaar materiaal, voor de kaarten gekozen voor een thematische onderverdeling in subrubrieken. Ook binnen deze rubrieken zijn de kaarten chronologisch gerangschikt.

De reden voor het gebruik van de chronologische nummering is dat bij historisch onderzoek men veelal werkt binnen een bepaald tijdvenster, dat in een chronologisch opgebouwde catalogus snel te vinden is.

Nadeel van de chronologische nummering is dat bij nieuwe aanwinsten deze niet zonder meer op hun jaar ertussen gezet kunnen worden omdat alle volgende nummers daarmee verschuiven en deze fysiek op de stickers van de kaarthoezen zouden moeten worden veranderd. Door loze nummers tussen de bestaande nummers in te plaatsen en door elke eeuw in te delen in vier kwarten, kan men nieuwe aanwinsten vrij dicht bij hun datering plaatsen. Deze 4 perioden van 25 jaar zijn in het nummer weergegeven met de letters A,B,C en D. Hierachter volgen 2 cijfers die de eeuw aanduiden, daarna een verbindingsstreepje gevolgd door 2 (of meer) cijfers voor de volgorde binnen de periode. Een kaart uit 1834 krijgt dan bijvoorbeeld het nummer B19-26 ofwel de 26e kaart uit het tijdvak 1825-1849.
20e eeuw
In de 20e eeuw neemt de diversiteit in thema’s van de kaarten toe, evenals het absolute aantal kaarten. Om die redenen is er voor gekozen een onderverdeling in subrubrieken te maken. Elke subrubriek krijgt een eigen eigen titel, die aangeeft om welke subrubriek het gaat. Kleinere of sterk verwante subrubrieken worden bijeengevoegd, wat zichtbaar is in de titel van het betreffende (papieren) catalogusdeel.

De titel van een subrubriek begint in de papieren weergave van de catalogus met een hoofdletter (zie onder) ter aanduiding van de categorie, gevolgd door de vermelding “20e eeuw”, gevolgd door de omschrijving van het thema c.q. groep van thema’s tussen haakjes. Deze hoofdletter fungeert ook als eerste element van het catalogusnummer, gevolgd door het eeuwnummer. De hoofdletter die het kwart van de eeuw aangeeft verschuift naar achter het verbindingsstreepje, gevolgd door 2 (of meer) cijfers voor de volgorde binnen de periode. Een bodemkaart uit 1922 krijgt dan bijvoorbeeld het nummer F20-A24, waarbij F in het systeem staat voor de thema’s: grenskaarten, kavelkaarten, weg- en dijkkaarten, keur- of schouwkaarten, waterschapskaarten, afwateringskaarten, bodemkaarten, hoogtekaarten en dieptekaarten.
Subrubrieken 20e eeuw
- Deze zijn:
A Gedrukte topografische en toeristische kaarten en plattegronden
- B Militaire kaarten en Wederopbouw na 1945
- C Kustverdediging Tweede Wereldoorlog
- D Watersnood van 1953 en wederopbouw, ruilverkavelingskaarten en kaarten omtrent de gemeentelijke herindeling van 1966
- E Waterstaatskaarten, waterstaatkundige kaarten, weg- en waterbouwkundige kaarten en tekeningen
- F Grenskaarten, kavelkaarten, weg- en dijkkaarten, keur- of schouwkaarten, waterschapskaarten, afwateringskaarten, bodemkaarten, hoogte- en dieptekaarten
- G Kadasterkaarten en kadastrale kaarten
- H Thematische kaarten anders dan de rubrieken A t/m G; Zeekaarten, historische kaarten en varia
Een probleem van het bij elkaar in een locatie opbergen van opeenvolgende nummers wordt gevormd door het soms grote verschil in afmetingen van het materiaal. Hierdoor komt een stuk van klein formaat op een andere locatie terecht (bijvoorbeeld in een zuurvrij insteekboek) dan een stuk van een gemiddelde grootte. Dit laatste wordt mogelijk op zijn beurt niet opgeborgen op de plek van de zeer grote formaten, waarvoor aparte laden beschikbaar zijn. Dit heeft echter geen aanpassing in de nummering ten gevolge. Wel wordt om deze reden de vindplaats van alle stukken in een apart veld in de catalogus vermeld.

De nummerstickers met in potlood geschreven nummers worden (ook) in de rechter onderhoek geplakt van de zuurvrije plastic hoezen. De positie van de kaarten en prenten in de laden loopt van nr. 1 naar onder, dus de oudste kaart/prent bovenop.
Collectie Van Weel
Binnen de catalogus is ook de collectie Van Weel met daarin kaarten gemaakt door de landmeters Van Weel als rubriek opgenomen. Deze rubriek heeft een nummering die is gebaseerd op de inventarissen van het Nationaal Archief uit 1987 en 1992.

Collectie Landheer-De Ruiter
Binnen deze catalogus wordt ook de collectie Landheer-De Ruiter opgenomen. Deze collectie is momenteel nog niet beschreven, maar zal als aparte rubriek worden opgenomen net als de collectie Van Weel.
Als aparte catalogus onderdelen zijn ook opgenomen:
I Atlassen en Kaartboeken
J Prenten, posters, foto's en varia 16e t/m 21e eeuw
K Collectie Van Weel
L Centsprenten, meest 19e eeuw
M Opticaprenten
Vastgelegde gegevens over de kaarten en prenten
Binnen elke rubriek worden er voor iedere kaart en prent 15 verschillende gegevens vastgelegd. Uitzondering hierop vormen de (sub-)rubriek 20e eeuw, G. (Kadasterkaarten en kadastrale kaarten) en de rubriek Centsprenten 19e eeuw. In deze rubrieken wordt het veld "verwijzing" niet gebruikt omdat geen bronvermelding kan worden gevonden, c.q. deze moeilijk te vinden is.

De verschillende gegevens die worden vastgelegd zijn:
Titel, Onderwerp, Kaarttype, Vervaardiger, Catalogusnummer, Vindplaats in de kluis, Jaartal, Formaat, Eenheid van formaat (bijvoorbeeld cm), Techniek, Materiaal, Toestand, Herkomst, Bijzonderheden, Verwijzing en Aantal.
- Titel - Aanhalingstekens bij de titel duiden op een letterlijke weergave van de titel. Wordt deze zonder aanhalingstekens gegeven dan betreft het een andere omschrijving. Als de titel eindigt met 3 punten dan is de titel verkort weergegeven. Soms wordt een verwijzing naar een ander catalogusnummer gegeven
- Onderwerp - Een globale weergave van wat de kaart of prent voorstelt.
- Kaarttype - thema van de kaart of aard van de prent.
- Vervaardiger - Naam van de cartograaf, eventueel met voornaam, initialen en jaartallen. Soms ook met vermelding van tekenaar, graveur en uitgever.
- Catalogusnummer - Onder dit nummer is het item opgeborgen in het archief. Dit nummer staat in potlood aangegeven op de nummersticker op de plastic opberghoes of met potlood op de verso (in geval van zeer bijzondere formaten), of op een los papiertje in de insteekboeken.
- Vindplaats – Geeft de fysieke locatie van de kaart of prent weer. De ladekasten in de kleine kluis bevatten het materiaal van de 20e en de 21e eeuw en de grote (bijzondere) formaten uit diverse eeuwen. De laden in de grote kluis bevatten het materiaal uit de 16e tot en met de 19e eeuw. De collectie atlassen ligt op de schappen boven deze laden. De twee zuurvrije insteekboeken met het klein formaat materiaal liggen in de bovenste lade. De laden zijn van passende opschriften en nummering voorzien.
- Datering - Als het jaar van productie niet duidelijk is, wordt het jaar van eerste uitgifte genoteerd. Als ook dat niet bekend is, wordt een schatting gemaakt, voorafgegaan door “ca.”. Bij reproducties wordt het jaar van reproductie genoemd, en na het woord “origineel” het jaar van de oorspronkelijk weergave. Ze worden op het jaar van oorspronkelijke weergave in de catalogus gezet.
- Formaat - De gegeven afmeting betreft een meting van de buitenste kaderlijnen. Buiten de kaderlijnen stekende kaartgedeeltes, titels, legenda’s en rijmpjes worden mee gemeten, tekstkolommen echter niet. Bij een kaart of prent zonder kaderlijnen wordt het hele blad gemeten, behalve tekstkolommen. Voor de afmeting staat dan het woord “blad”.
- Eenheid – De eenheid waarin de gegeven afmeting is gemeten. Over het algemeen zal dit in centimeters zijn.
- Techniek - De productiewijze wordt vermeld, bijvoorbeeld manuscript of kopergravure. In geval van een reproductie wordt dit tussen haakjes bijgevoegd.
- Drager - Vermeldt de aard van het materiaal waarop de kaart of prent is afgebeeld, bijvoorbeeld papier, calquepapier, perkament of linnen.
- Toestand - Geeft een subjectieve kwaliteitsaanduiding, waarbij de leesbaarheid een grote rol speelt.
- Herkomst - Hier wordt aangegeven uit welke atlas of boek de bepaalde kaart of prent afkomstig is. In geval van meerdere mogelijkheden wordt de meest aannemelijke vermeld. Bij twijfel kan een vraagteken worden toegevoegd. “Nvt.” betekent dat het item als los item is uitgegeven of dat het om een manuscript gaat.
- B¿zonderheden - Beknopte opsomming van een aantal uiterlijke kenmerken van de kaart of prent, zoals: kleur (indien van toepassing), plaatsing van titel of windroos e.d. De locatie van het kenmerk wordt weergegeven met de hoofdletters L = links, R= rechts, O = onder, B = boven, M = midden en combinaties hiervan. Beschreven worden zowel de voorkant (recto) als vaak ook de achterkant (verso) van de items.
- Vermelding – Geeft incidenteel verwijzingen naar bronnen waar betreffend item genoemd of besproken wordt.
- Aantal – Indien van toepassing wordt hier het eventuele aantal aanwezige exemplaren van het item genoemd.
Carto-topografische catalogus
Kaarten
Kaarten 19e eeuw
C19-61 "Teekening van een te maken beschoeijing aan de oostzijde der havenkom te Middelharnis", ca. 1866
6003 Carto-topografische catalogus
Carto-topografische catalogus
Kaarten
Kaarten 19e eeuw
C19-61
"Teekening van een te maken beschoeijing aan de oostzijde der havenkom te Middelharnis", ca. 1866
Titel:
"Teekening van een te maken beschoeijing aan de oostzijde der havenkom te Middelharnis"
Type:
waterbouw tekening
Datering:
ca. 1866
Catalogusnummer:
C19-61
Toestand:
goed, gaatje met touwtje t.b.v. cat.nr 19-70 M.B.
Onderwerp:
Beschoeing havenkom Middelharnis
Herkomst:
n.v.t.
Bijzonderheden:
titel boven, schaalstok R.O.
Formaat:
34x49 cm
Materiaal:
papier
Techniek:
manuscript
Trefwoorden:
Kenmerken
Soort toegang:
Inventaris
Status Inventarisatie:
Definitieve inventaris ontsloten
Inventarisatiedatum:
2005-2020
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS