Gemeente Goeree-Overflakkee

Historie

Turend over het water van het Volkerak dachten de Fransen begin negentiende eeuw hun verdediging goed op orde te hebben. Britse schepen zagen ze op hun gloednieuwe massieve uitkijktoren van verre aankomen en met hun kanonnen zouden ze elk vijandig schip tot zinken brengen. Maar het gevaar kwam van achteren: de bevolking van Ooltgensplaat overrompelde en verdreef de Franse overheersers.

Dat zijn de intrigerende eerste ‘levensjaren’ van de geschutstoren van Fort Prins Frederik. De geschiedenis van de vesting op de oostelijke punt van het Zuid-Hollandse eiland gaat echter nog verder terug. Al in de Spaanse tijd was op de locatie naast het water van het Volkerak een aarden verdedigingswerk (schans) te vinden, dat waarschijnlijk tussen 1609 en 1621 verder versterkt werd tot een kustbatterij. Vanaf daar konden schepen op het Volkerak worden beschoten. Ook kwam er rondom het dorp Ooltgensplaat een omwalling – een ophoging – die ervoor moest zorgen dat het dorp en het fort werden beschermd.

In 1795 veroverden de Fransen ons land. Na de Britse aanval op Zeeland (de Walcherenexpeditie) besloot Napoleon dat de kustverdediging verbeterd moest worden. Aan weerszijden van het Hellegat – het water waar het Volkerak, het Haringvliet en het Hollands Diep samenkomen – moest een geschutstoren gebouwd worden. Dat werd Fort de Ruijter bij Willemstad (nu Fort Sabina) én Fort Duquesne bij Ooltgensplaat, genoemd naar de Franse admiraal die tegenover Michael de Ruyter stond in de Slag bij Agosta (1676).

Model 1

De geschutstoren in Ooltgensplaat werd uiteindelijk in 1811 opgeleverd. Het is een Franse Tour Modèle, dat is een serie van verdedigingstorens die langs de Franse kust zijn gebouwd maar waarvan er ook in Nederland nog drie bestaan (Fort Sabina Henrica en Fort de Hel in/bij Willemstad en Fort Prins Frederik). In Ooltgensplaat is het grootste model te vinden, model 1. Het bood ruimte aan 60 manschappen. Opvallend is dat de Ooltgensplaatse toren rechthoekig van vorm is, terwijl de traditionele Franse geschutstorens vierkant van vorm zijn. De toren liep naar boven toe iets naar binnen toe. De begane grond was voor de opslag van munitie en proviand, op de eerste verdieping bevonden zich de manschappen en bovenin stond in de open lucht de artillerie met vier kanonnen opgesteld.

Dwarsdoorsnede van een Tour Modèle. Afbeelding afkomstig van fortsabina.nl.

Dwarsdoorsnede van een Tour Modèle. Afbeelding afkomstig van fortsabina.nl.

Zuiderwaterlinie

De om het dorp gelegen geschutsopstellingen werden ontwikkeld tot redoutes – aarden veldschansen omgeven door een gracht - door de Fransen. Het fort bij Ooltgensplaat maakte deel uit van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak, die verder bestond uit de vesting Willemstad, vesting Klundert, Fort de Hel en Fort Sabina Henrica. Later werden de Forten Buitensluis (Numansdorp) en Bovensluis (Willemstad) aan de stelling toegevoegd. De stelling is onderdeel van de Zuiderwaterlinie, de oudste, langste en meest benutte waterlinie van ons land.

Verdreven door bevolking

De Fransen bleven niet lang. Twee jaar na oplevering van de geschutstoren werden de Fransen overrompeld en verdreven door de inwoners van Ooltgensplaat. Terwijl de Franse soldaten de dreiging vanaf het water verwachtten, kwam het gevaar van achteren. Fort Duquesne werd omgedoopt tot Fort Prins Frederik. Vanaf 1860 werden er verbeteringen doorgevoerd op het fort. Zo kwam er een zogeheten poterne, een met aarden bedekte stenen gang. Ook werd een met grond overdekte kazerne met kruithuis gerealiseerd.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er manschappen gemobiliseerd op het Fort Prins Frederik. Daarna verloor het fort zijn strategische betekenis en bij Koninklijk Besluit van 24 februari 1928 werd het fort opgeheven als vestingwerk.

Gevangenis Tweede Wereldoorlog

Na 1937 werd het fort gebruikt voor zomerkampweken van de Rooms-Katholieke meisjesvereniging De Graal. Vlak voor, tijdens, en na de Tweede Wereldoorlog is het fort ook gebruikt voor het gevangen zetten van mensen. Onder andere één van de bekendste NSB’ers van ons land Meinoud Rost van Tonningen werd er in de meidagen van 1940 met twintig anderen gevangen gehouden, totdat de Nederlandse autoriteiten met de hete adem van de Duitsers in de nek de gevangenen verplaatsten naar het Franse Calais.

Vakantieoord

Vanaf 1969 is het fort na gefungeerd te hebben als een soort van heropvoedingskamp gebruikt als vakantie- en conferentieoord. Uiteindelijk resulteerde dit in een veelheid aan recreatieverblijven op het fort, overmatige groei van bomen en struiken en een overvloed aan grondeigenaren. Na onder andere een faillissement van een eerdere eigenaar werd in februari 2018 de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar van het fort en is het proces van restauratie en herbestemming ingezet. Veel van de caravans en chalets zijn verdwenen uit het vestinggebied.